Voorbeeld

Hoe krijg je nu alles goed werkend? Hiertoe geef ik een eenvoudig voorbeeld van een baanontwerp met 4 baanvakken en 2 wissels, Zie de volgende figuur:

De rode streepjes zijn railisolaties (beide rails). Definiëer de rijrichting b.v. als 'vooruit' = met de wijzers van de klok mee.  Bedenk tevoren waar de wisselmotoren geplaatst moeten worden en ook eventuele bovenleidingmasten. We gaan nu puntgewijs het creatieproces doornemen:

  1. Open op je PC Excel en maak een bestand aan met macro mogelijkheid, dus de bestandsextensie moet .XLSM zijn. Misschien moet je in de Excel instellingen aangeven dat macro´s zijn toegestaan.
  2. Maak alle tabbladen aan: Hoofdscherm, DA-Lines, DA, MEMO, Parameters, Log, Ref, VanNaar, Terugmelders, Test, MeldersChecken, Routes en KiesRoute.
  3. Maak op het hoofdscherm een tekening van de baan, zoals hierboven getoond.
  4. Voorzie de baanvakken van baanvaknummers. Ik gebruik hiervoor een tekstvak, waarin ik het baanvaknummer typ.
  5. De wissels krijgen gewoon het nummer naast het wissel.

Je Hoofdscherm ziet er nu zo uit:

 

Open nu het tabblad MEMO en vul dit met de nodige gegevens:

 

In principe kan je de adressen vrij kiezen.
Ik heb de wisselunit gezet op adres 1, dit is wisselblok 1, waarop de twee wissels zijn aangesloten.

Stuur je nu data=1 en adres=16, dan zal wissel1 op rechts gezet worden.

Op adres 3 vind je de snelheidsinformatie voor baanvak BVB 1, afhankelijk van de data die je stuurt. Adres 4 is eveneens voor baanvak 1, maar dan voor de rijrichting, de terugmelders en de keuze tussen langzaam rijden (snelheidstrappen 0..15) of snel rijden (snelheidstrappen 16..31). Stuur je data=5 en adres=3, dan rijdt de trein met trap 5. Baanvakken 2..4 zijn op dezelfde manier ingevuld.

Het hoogst gebruikte adres is hier 9, dus 1x adresdecoder AD volstaat.

 

Vullen van het blad DA

  • Bepaal eerst welke van-naar baaanvakmogelijkheden je wilt hebben. Je kan bv. rijden van BV1 naar BV3 of van BV1 naar BV4.
    Alle mogelijkheden op een rijtje:
    1-3, 1-4, 2-3, 2-4, 3-4, 4-3, 3-1, 3-2, 4-1, 4-2.
    Dit zet je als volgt in het blad DA:

Kolom A bevat de 'van' baanvakken, kolom B de 'naar' baanvakken, kolom C de 'via1' baanvakken en kolom D de 'via2 baanvakken. We hebben in dit voorbeeld geen via baanvakken nodig, dus de laatste 2 kolommen vullen we met nullen. Kolom S tenslotte is een kolom die de rijrichting aangeeft: 'V' (vooruit: met de wijzers van de klok mee) of 'A' (achteruit). Er mogen geen lege regels zijn op dit blad.

Stuurcodes invullen

  • Kijken we nu naar regel 1, dan moeten we bepalen wat er allemaal moet gebeuren.
    Allereerst moet wissel 1 op 'rechts' gezet worden. Code: W01R.
    Dan moet het sein op baanvak 1 op groen gezet worden en de rijrichting is vooruit. Code: B01VG.
    Idem voor baanvak 3. Code: B03VG.
    Doe dit ook voor de overige 9 rijwegen. Je DA blad ziet er nu zo uit:

Je ziet nergens snelheidsinformatie en dat klopt, want dat komt op het blad 'Parameters', waarover straks meer.

Kopiëer de knop 'Maak DA-Regels' onderaan blad DA. Kopieer alle macro´s / macro modules naar de Visual Basic sectie van je Excel programma. Op je tabblad DA vind je commandbutton1 die macro 'MakeDALines' aan het werk zet.

Deze macro vind je in module1:

Door op de knop MakeDA-Lines te klikken worden de codes op je DA blad omgezet naar data-adres paren op het DA-Lines blad die door de SEND module verstuurd kunnen worden naar de modelspoor hardware. Ook wordt het blad 'Ref' gevuld met referentiegetallen die aangeven op welke regel in het blad DA-Lines de PC moet zoeken om de reeks benodigde opdrachten te versturen. Het DA-Lines blad moet er nu zo uitzien:

Lees regel 1 als volgt: BV1 naar BV3, 6 getallen, data=1, adres=16, data=2, adres=33, data=2, adres=37.

Het blad 'Ref' wordt eveneens automatisch ingevuld en ziet er nu zo uit:

De regelnummers corresponderen met de 'van' baanvaknummers en de kolommen met de 'naar' baanvaknummers. Stel: we zoeken naar het traject van 2 naar 4, dan kijken we op regel 2, kolom D en daar staat het regelnummer opgegeven van blad DA-Lines, dus in dit geval 4. Op regel 4 van DA-Lines vinden we dan de reeks data en adressen die naar de hardware wordt verstuurd vanaf kolom E, dus 3/16, 6/35 en 6/39.

Rijden in ons voorbeeld.

Handmatig rijden met 1 trein tegelijk.

Kies op tabblad PDA in kolom AW een loc uit de loclijst en klik op de knop 'Kies Loc'. Indien links van de loc geen baanvak was ingevuld, zal Excel komen met een pop-up scherm voor het baanvaknummer. Vul bv. 2 in en klik op OK. Was er wel een baanvak ingevuld, dan gebruikt Excel dit direct. Het resultaat is nu dat het tekstvak van baanvak 2 op het hoofdscherm een oranje achtergrond krijgt ten teken dat dit baanvak bezet is. Er gebeurt nog meer: en daarvoor is het blad 'VanNaar' nodig. Kopiëer van blad DA de eerste 2 kolommen naar blad VanNaar (spiekbriefje) en vul de 'naar' baanvakken in naast het 'van' baanvak. Je zou nu dit plaatje moeten hebben van blad 'VanNaar':

Op regel 3 lees je van 2 naar 3 of 4. Excel weet nu dat je een loc op baanvak 2 hebt gezet en geeft aan door een groene achtergrond van baanvakken 3 en 4, dat één van deze baanvakken gekozen kan worden om naartoe te rijden. Dit ziet er op het hoofdscherm zo uit:

Klik je nu op tekstvak 3, dan zal de achtergrond van 3 ook oranje worden en is daarmee gereserveerd. Wordt het echter rood, dan was 3 al bezet door een andere loc en zal er verder niets gebeuren, je moet dan wachten tot 3 niet meer bezet is of de loc op 3 moeten kiezen en deze ergens anders naartoe rijden waar hij niet in de weg staat. Was het baanvak 3 vrij, dan geeft Excel aan waarheen je kan rijden door de nieuwe mogelijkheden aan te geven met een groene achtergrond. Bij een geslaagde reservering krijg je het volgende:

Kies nu op het hoofdscherm de gewenste snelheid, bv. 5 . De trein zal nu gaan rijden van baanvak 2 naar baanvak 3. Bevindt de trein zich op baanvak 3, dan kan je een volgend baanvak kiezen.

Hoe wordt de veiligheid gewaarborgd?

Hiervoor heb ik tabblad 'Parameters' gemaakt. Daar wordt een lijst van alle baanvakken getoond (= regelnummers) met daarnaast in kolom A informatie over de snelheid, in kolom B de snelheidscorrectie per baanvak en in kolom C de loc naam volgens het blad PDA. Laten we zeggen dat je loc op baanvak 1 staat en naar 3 gaat rijden met snelheid 6.  Op baanvak 1 rijd je dan met snelheid 6-1=5 en op baanvak 3 rijd je met 6. Blad 'Parameters' hoort er dan zo uit te zien:

Automatisch rijden met meerdere treinen

Hier zijn diverse mogelijkheden:

  1. Een route rijden met een stop aan het eind van de route
  2. Een route continu rijden zonder stop. Hiervoor moeten begin- en eindvak gelijk zijn.
  3. Een route rijden met een stoptijd aan het einde en daarna weer van voren af aan beginnen.  Hiervoor moeten begin- en eindvak gelijk zijn.
  4. Een pendeltraject rijden met een stop aan beide zijden.
  5. Eén van voorgaande mogelijkheden plus rijden met 1 handbediende trein.

Kijken we eerst naar mogelijkheid 1. Hierbij komen 2 tabbladen aan de orde: 'KiesRoute' en 'Routes'. Dit werkt als volgt:

  • kies op het blad PDA een loc uit de loclijst, bv. BR189.
  • klik op blad Hoofdscherm op de knop 'Kies Route'. Je komt nu op het tabblad 'KiesRoute'
  • Bedenk een route, bv. 2-3-4-1
  • klik op'Verwijder Route'. Listbox 'Baanvakken in Route' wordt nu leeggemaakt.
  • kies in de listbox 'Baanvak' baanvak 2.
  • klik op de knop 'Baanvak aan Route toevoegen'.  Doe dit achtereenvolgens ook voor de baanvakken 3, 4 en 1
  • Voeg tenslotte baanvak 1 nogmaals toe. Het programma weet dan dat baanvak 1 het laatste baanvak is en zet daar de trein permanent stil.
  • Wil je deze route vaker rijden, dan moet je die opslaan. Kies in listbox 'Routes' eerst een titel en druk dan op de knop 'Route Opslaan'
  • Klik op de knop 'Start Route'. Je wordt nu teruggezet naar het Hoofdscherm.
  • Klik daar op knop 'Run' midden op het scherm. Het achtergrond programma voor de automatische treinloop wordt nu gestart en je kan daar de bewegingen volgen op de baanvaknummers en terugmeldernummers.

 

Kijken we vervolgens naar mogelijkheid 2. Je kunt alle voorgaande stappen herhalen, maar i.p.v. de route 2-3-4-1-1 neem je route 2-3-4-2. Je rijdt dan permanent hetzelfde rondje.
Dan mogelijkheid 3. Om dit aan te geven geven we het aantal gewenste stopseconden tijdens het maken van de route op tabblad KiesRoute. De route wordt dus 2, 3, 4, 2, -20 als we 20 seconden willen stoppen. Dit laatste getal wordt negatief toegevoegd: kies 20 in de lijst 'wachttijd' en klik op de knop 'Wachttijd aan route toevoegen. Klik op knop 'Start Route' en je gaat terug naar het hoofdscherm waar je nogmaals op de knop 'Run' moet drukken. Dit laatste is nodig omdat je ook kunt kiezen om met meerdere treinen te rijden. Daarvoor moet je een andere loc kiezen en nogmaals naar tabblad 'Kies-Route' gaan om daar een tweede route te activeren. Let op: er zijn maximaal 17 routes tegelijk mogelijk.

Dan mogelijkheid 4.Wil je b.v. pendelen van 1 naar 3, dan moet de route er zo uitzien:
1-3-(-10)-1-(-10). Je rijdt dan van 1 naar 3, stopt daar 10 seconden, rijdt terug naar 1 en stopt daar eveneens 10 seconden. Deze cyclus herhaalt zich voortdurend. Hierbij treedt een complicatie op; zodra de loc op het eindbaanvak komt wordt hij gedetecteerd door de terugmelder in de baanvakbesturing BVB en zal de loc gestopt worden. De achterwielen staan dan waarschijnlijk nog op het vorige baanvak. Om te zorgen dat de loc eeen stuk  verder doorrijdt kan je vertragingstijden kiezen, die zorgen dat de hele trein op het eindbaanvak staat. Deze tijden vind je op blad PDA, geheel rechts. Je moet ze zelf definiëren per gewenst eindbaanvak. Dit ziet er b.v. zo uit:

Op baanvak 11 rijdt NS1309 20 sec. door of op baanvak 32 8 sec. Ook hier definiëer je snelheidscorrecties per loc. Merk op dat er 2 soorten correcties zijn voor de rijsnelheid: 1 voor be baanvaksturing en 1 voor de loc.
Tenslotte mogelijkheid 5. Je moet eerst de automatische treinen instellen, zoals hiervoor beschreven, dan op het hoofdscherm knop 'Run' klikken, waarna de treinen gaan rijden met het achtergrond programma. Daarna kies je de loc waarmee je handmatig wilt rijden en handelt verder zoals onder mogelijkheid 1 beschreven. Hierbij loop je waarschijnlijk aan tegen beveiligingsingrepen van het achtergrondprogramma, die je moet afwachten of handmatig moet oplossen.

Een punt van aandacht is het stoppen van de automatische treinenloop. Doe dit als volgt: zet eerst de handbediende trein stil op een veilige plaats. Wacht daarna tot een lopende trein op z'n eindstation is. Kies op het hoofdscherm in de lijst routes de naam van de betreffende route en klik rechts op de knop 'Stop Route', Wacht eventueel tot een tweede trein op zijn eindstation is en herhaal de laatste procedure. Als alles stilstaat dien je het achtergrondprogramma te beëindigen door te klikken op 'STOP' midden op het scherm. Je kan zien of het programma gestopt is door te kijken naar de timer midden op het scherm. Als daar niets meer loopt is alles OK. Het kan gebeuren door een onhebbelijkheid van Excel dat je programma toch nog doorloopt. Druk in dat geval de ESCAPE toets, ga naar Visual Basic en kies daar 'Uitvoeren' en daarna 'Beginwaarden'.

Rijden met gebruik van een tablet of PDA.

Windows geeft de mogelijkheid om een extern bureaublad te besturen. Dit is voornamelijk bedoeld om een vriend in nood te helpen met het op afstand oplossen van een probleem op zijn PC, maar kan ook gebruikt worden voor het op afstand besturen van je eigen PC via je thuisnetwerk (met WiFi). Oudere Windows versies vereisen de zgn. 'professionel' versie van het besturingssysteem. Nieuwere versies vereisen 'administrator' rechten, die je in de instellingen van Windows moet regelen. Over IOS van Apple kan ik niets zeggen wegens gebrek aan ervaring.
Hoe bestuur je met je PDA of Tablet?

  • zorg dat de module IO.dLL is geladen in de System map van de PC of in de System32 map.
  • zorg voor administrator rechten
  • geef in de instellingen van Windows aaan dat een extern bureaublad is toegestaan
  • zorg voor een goed thuisnetwerk met WiFi en voldoende bereik
  • Ga met je tablet naar de Google playstore en installeer het Windows programma 'Remote Desktop' (RD)
  • Zet je PC aan, start je treinbessturingsprogramma en geef een reset.
  • Start RD op je tablet en log aan op je PC met gebruikersnaam en wachtwoord.
  • Als alles goed werkt moet je nu het scherm van je PC zien op je tablet.
  • Voor een goede werking moet je tablet minstens 10 inch schermdiameter hebben.
  • Het kan zijn dat Excel niet past op je tabletscherm. In dat geval moet je op de PC Excel in een iets kleinere schaal weergeven met de zoomknop rechts onderaan het PC scherm.
  • Om eeen handbediende loc te rijden is dit een uitstekende manier van besturen met goed zicht op de loc.
  • Rest mij een ieder succes te wensen en veel rijplezier!